Volksuniversiteit Den Haag

Bestellijst

Geen bestellingen
Cursuscode: 21-2141

Lezingenserie Nederlandse geschiedenis - De VOC, Nederland als wereldmacht

Lezingenserie Nederlandse geschiedenis - De VOC, Nederland als wereldmacht
Cursuscode: 21-2141

De oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie: de Nederlanden als wereldmacht

Om de trailer te zien van deze cyclus: klik HIER.

Het schip “ De Halve Maen” is onderhand een tycoon van het Noord-Hollandse handelsstadje Hoorn. Het houten ordonnansjacht ligt afgemeerd aan de kade van het Oostereiland in het Noord-Hollandse stadje Hoorn. Het is een publicitaire trekpleister, maar de liggelden en exploitatiekosten zijn aanmerkelijk. De kans dat het vaartuig weer terugmoet naar de Verenigde Staten, omdat de kosten de baten overtreffen is aanzienlijk. Jammer, want Nederland herondekte met dit vaartuig Noord-Amerika opnieuw. De Spanjaarden hadden die ontdekking al gedaan in 1492. Maar veel hadden ze er niet van gemaakt. Ze dachten dat ze in Indië waren aangekomen  -- althans: Schipper Columbus dacht dat – en dat bleek een vergissing: nergens waren specerijen of zijde te krijgen en goud leek ook niet voorhanden. De Spanjaarden lieten deze oorden dus links liggen.

Maar in 1590 kregen de Hollanders toch weer belangstelling. Ze wisten wat meer van de cartografie der wereld. Voor Amerika zelf hadden ze niet direct belangstelling, maar wel voor een noord-westelijke doorvaart om Japan en China te bereiken. Daar was flink wat te halen, vooral als jij kanons en musketten had en de bewoners van die landen niet. De Hollanders bereidden daarom verkenningstochten voor. Ze schaften daarvoor speciale vaartuigen aan. “De Halve Maen” is er zo een. Het betreft hier een replica van een fluitschip met verkenningsdoeleinden. Het werd gereed door de Vereenigde Oost-Indische Compagnie, de eerste multinational van Europa die zelfstandige rechtspersoonlijkheid had. Zij had een status, omschreven in een octrooi van 1602, opgesteld door de eerste Nederlandse Minister-President Johan van Oldenbarnevelt. De vennootschap kreeg de bevoegdheid in naam van de Nederlandse Republiek oorlog te voeren, vrede te sluiten, gebieden te verwerven en handelsverdragen te tekenen.

Deze vennootschap stelde de Engelse kapitein Henry Hudson aan als kapitein van het verkenningsvaartuig. Hij kreeg tot opdracht om een handelsroute te vinden door het noordwestelijke oceaangebied boven het land, dat wij tegenwoordig “Canada” noemen. De noordwestelijke route. Het doel van deze verkenning was om een zeeweg te vinden naar Japan en China, dat men oostelijk van Canada vermoedde. Dat wilde deze vennootschap, om conflicten te vermijden met Spanje, waarmee Nederland op dat moment een wapenstilstand wilde sluiten. Madrid liep leeg op zijn enorme expeditielegers die het over de Alpen moest sturen om de Hollanders te bedwingen. Het had genoeg van de oorlog en wilde onderhandelingen, die in een vredesverdrag moesten resulteren. Den Haag had daar oren naar. De kooplieden wilden hun transatlantische handelsvaart opzetten. Dat loonde als je dat in convooivaart kon doen: koopvaarders begeleid door oorlogsbodems. Dan moest je niet onderwijl hoeven te vechten tegen andere oorlogsvloten, maar alleen tegen zeerovers, en dan kon dat best lucratief zijn. Spanje had nog best veel zwaarbewapende oorlogsgaljoenen op zee, dus moest je zorgen dat je daarmee geen moeilijkheden kreeg.

De Paus had in 1494 Spanje de westelijke aardkloot toebedeeld in het Verdrag van Tordesillas. Portugal kreeg de rest, oostelijk van Kaap-Verdië. Spanje en Portugal mochten op deze aardhelften hun soevereiniteit blijvend vestigen, mits zij het katholicisme daar propageerden. De Nederlandse Republiek gold in 1609 als protestants. In 1609 trad een wapenstilstandsbestand in tussen Spanje en Nederland. Van Oldenbarnevelt wilde dat bestand omzetten in een blijvende vrede. Dan kon hij het dure staande beroepsleger afdanken. En schepen gaan bouwen voor de commercie. En dat kon natuurlijk niet, als de Republiek begon met een schending van het Volkenrecht ten nadele van Spanje, door een handelsroute te exploiteren via de Afrikaanse route via Kaap De Goede Hoop, want die route had de Paus nu juist aan Spanje en Portugal geconcessioneerd.

Daarom huurde de Vereenigde Oost-Indische Compagnie een Engelsman in, die al veel ontdekkingsreizen had gedaan. Hudson. Engeland was Anglicaans, dus protestants. Hudson had daarom met de Paus niks te maken. Hij moest nu een route vinden die verenigbaar was met dat verdrag van Tordesillas van 1494, boven Canada, want dat was in 1494 nog volkomen onbekend land. Hudson dacht, zoals zijn opdrachtgevers, dat de zee boven Canada ijsvrij was. De zon scheen immers daar het grootste deel van het jaar. Dat had de cartograaf Plancius berekend. De zee moest dus tropisch warm zijn. Plancius had niet ingezien dat de zon daar wel lang scheen, maar nauwelijks intens. De zon smolt het ijs niet.  “De Halve Maen” kwam dus onwrikbaar in het pakijs te zitten. Hudson kon het vaartuig met moeite later in het jaargetij van 1609 loskrijgen.

Hij voer toen zuidwaarts, kwam ter hoogte van een groot zee-binnenmeer bij wat we nu Long Island noemen en voer de middelste zee-arm oostwaarts in. De rivier “De Hudson”, zeggen we nu. Hij voer die arm op, maar raakte verderop in ondiepten en moest omkeren. Zijn bemanning was ook bang dat Hudson van de aardekloot af zou varen met “ De Halve Maen” en in de hellekrochten zou storten. Rinkelend wierp Hudson in september 1609 het anker uit bij een eiland dat hij “Nieuw Nederland” noemde. Hudson noteerde in het logboek dat hij aldus voor de Staten van Holland nieuw territoir had gewonnen via het “recht van eerste ankering” of “le droit de premier mouillage”, zoals dat in het toenmalige volkenrecht bij zee-oeverstaten erkend werd. Na een verblijf van enkele weken voer Hudson terug over de Atlantische Oceaan. Hij havende in Dartmouth. Hij verborg zijn logboekaantekeningen, want de Koning van Engeland beschouwde Nederland toen als vijand.

Pas veel later gaf Hudson zijn logboek- aantekeningen aan de directie van de Vereenigde Oost-Indische Compagnie. Over deze ontdekkingstocht, de uitreding van “De Halve Maen” en de souvereiniteitsrechten van de Staten van Holland tijdens de wapenstilstand van 1609-1621 gaat deze lezingencyclus. Na de Vrede van Münster in 1648 wordt het recht van de Nederlandse Republiek der Zeeven Vereenigde Provintiën om de zee te bevaren als iedere andere zee-oeverstaat volledig erkend door de verdragspartijen Spanje, Engeland, Oostenrijk en Frankrijk.

Daarmee is nog niet de “vrijheid van de volle zee” als dwingend beginsel van het volkenrecht erkend voor alle zelfstandige handelsstaten die vlaggen mogen toekennen op registratie en kaapvaartbrieven mogen uitgeven, dat wil zeggen: openbaar erkende machtigingen om handelsschepen van andere naties aan te vallen, in beslag te nemen en de ladingen te confisceren. Maar dat de Republiek die vlaggen mag uitgeven, die machtigingen mag verlenen en oorlogsschepen mag uitrusten, dat wordt door die partijen zondermeer erkend. Alleen blijft Engeland aan de Repbliek ontzeggen dat zij onbeperkt alle open zee mag bevaren. Spanje, Frankrijk en Oostenrijk erkennen dat zeevaartrecht van de Republiek wel degelijk: Nederland is veel en veel te machtig geworden. Zijn verzamelde oorlogsvloot van de vijf gewestelijke admiraliteiten is tijdelijk onverslaanbaar. De toeleg van de admiraliteit van het Noorderkwartier heeft daartoe machtig bijgedragen. Nederland mag de hand leggen op Java en handelsposten over de hele wereld vestigen. De Gouden Eeuw is op het hoogtepunt: Nieuw Amsterdam is machtig handelscentrum geworden voor de negotie van verre. Engeland zal echter de Republiek overwinnen, mede, omdat Amsterdam geen langere termijn-vlootpolitiek wil. Hoorn komt tot verval. De admiraliteiten ook. In de tweede Engelse Zeeoorlog zal de Nederlandse vlag nog fier wapperen. Maar dan is het eigenlijk toch wel gedaan met de Nederlandse suprematie. De Gouden Eeuw spoedt ten einde. Echt honderd jaar heeft deze periode niet geduurd. Zeg: veertig of vijftig jaar. En alleen maar omdat Madrid, Londen en Parijs stommer deden dan de Haagse heren. Na 1700 krijgt Den Haag de mondiale stupiditeitsprijs voor zijn vlootpolitiek met vlag en wimpel. De regenten zien het niet in. Het volk wel. Want dat is, als altijd, de pineut.

* Als u lid bent van de Openbare Bibliotheek Den Haag, ontvangt u € 12,00 korting en betaalt u € 52,00 voor deze lezingenserie. Vermeld uw lidmaatschapsnummer bij de opmerkingen op het inschrijfformulier.

Donderdag 23 september 2021
4 lezingen van 2 uur aanvangstijd 14:00 (klik hier voor de lijst met data en tijden per bijeenkomst)
Prijs: € 64,00
Dhr. prof mr dr G.A.M. (Gerard) Strijards
14:00 - 16:00
Locatie: Centrale Bibliotheek (klik hier voor de adresgegevens)
Inschrijving geopend >
prof mr dr G.A.M. (Gerard) Strijards
prof mr dr G.A.M. (Gerard) Strijards
Gerard Strijards nam deel aan de conferenties van de Verenigde Naties over de codificaties van het humanitaire recht, het oorlogsstrafrecht, de onderhandelingen over de oprichting van internationale straftribunalen in Den Haag en doceert internationaal institutioneel recht, internationaal strafrecht en volkerenstrafrecht. Tevens heeft hij ruime rechterlijke ervaring op deze terreinen.